De invloed van stationskenmerken op de vervoerwaarde van intercity stations

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingConference contributionAcademic

16 Downloads (Pure)

Abstract

Het stimuleren van treingebruik staat al jaren hoog op de politieke agenda. Zo wilde het kabinet Balkenende IV het treingebruik tot 2012 met 5% per jaar laten groeien, onder meer door realisatie van het Actieplan Groei op het Spoor. Daarvoor worden diverse maatregelen genomen, zoals de aanleg of verbetering van spoorinfrastructuur en het invoeren van metroachtige dienstregelingen. Minder spectaculair zijn verbeteringen aan stations en de stationssomgeving. In dit artikel laten we echter zien dat zulke verbeteringen tot een toename in het aantal treinreizigers op intercity stations kunnen leiden. In deze studie is een vervoerwaardemodel geschat op basis van sociaaleconomische kenmerken en de ligging van intercity stations. Dit model houdt rekening met de grootte van de stad waarin het station ligt (tripgeneratie) en de ligging van de stad ten opzichte van andere steden (tripdistributie). Met het vervoermodel kan niet alleen het aantal in en uitstappers per intercity station, maar in principe ook het aantal reizigers per lijn worden geschat. In het model worden verschillen tussen bevolkingsgroepen niet expliciet meegenomen, maar resultaten worden wel gecorrigeerd voor het percentage studenten (op de totale bevolking) in een stad. Het vervoerwaardemodel dat in deze studie is ontwikkeld blijkt het aantal in/uitstappers op IC stations relatief goed te kunnen voorspellen. Met behulp van meervoudige regressiemodellen zijn vervolgens verbanden gezocht tussen tevredenheidscijfers van stationskenmerken enerzijds en de (relatieve) verschillen tussen de modelschatting en daadwerkelijk treingebruik anderzijds. Uit de regressieanalyse blijkt dat 'beschutting tegen wind, regen en kou', 'capaciteit van de parkeervoorzieningen' en 'informatie over vertragingen en spoorwijzigingen' een rol spelen bij de verklaring van het treingebruik. We vinden echter net als in de literatuur geen significante effecten van de kwaliteit van fietsvoorzieningen op treingebruik. Een verbetering van de tevredenheid op de stationskenmerken 'beschutting', 'capaciteit P+R' en 'informatie over vertragingen' zou voor een station dat daar negatief op scoort een positief effect kunnen hebben op het aantal in-/uitstappers. Hoe een verbetering van de klanttevredenheid in de praktijk kan worden gerealiseerd door wijzigingen in de fysieke kenmerken van stations- en parkeervoorzieningen verdient nader onderzoek.
Original languageDutch
Title of host publicationColloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010
Place of PublicationRotterdam
PublisherColloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS)
Number of pages15
Publication statusPublished - 25 Nov 2010
EventColloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010: De stad van straks: Decor voor beweging - Roermond, Netherlands
Duration: 25 Oct 201026 Oct 2010
https://www.cvs-congres.nl/cvs-vorige-jaren/cvs-2010

Conference

ConferenceColloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010
CountryNetherlands
CityRoermond
Period25/10/1026/10/10
Internet address

Cite this

Thomas, T., Zaalberg, N., & Geurs, K. T. (2010). De invloed van stationskenmerken op de vervoerwaarde van intercity stations. In Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010 Rotterdam: Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS).
Thomas, Tom ; Zaalberg, Nina ; Geurs, Karst Teunis. / De invloed van stationskenmerken op de vervoerwaarde van intercity stations. Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010. Rotterdam : Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS), 2010.
@inproceedings{13ae54bf7b8342a8918a3199f6c0e36d,
title = "De invloed van stationskenmerken op de vervoerwaarde van intercity stations",
abstract = "Het stimuleren van treingebruik staat al jaren hoog op de politieke agenda. Zo wilde het kabinet Balkenende IV het treingebruik tot 2012 met 5{\%} per jaar laten groeien, onder meer door realisatie van het Actieplan Groei op het Spoor. Daarvoor worden diverse maatregelen genomen, zoals de aanleg of verbetering van spoorinfrastructuur en het invoeren van metroachtige dienstregelingen. Minder spectaculair zijn verbeteringen aan stations en de stationssomgeving. In dit artikel laten we echter zien dat zulke verbeteringen tot een toename in het aantal treinreizigers op intercity stations kunnen leiden. In deze studie is een vervoerwaardemodel geschat op basis van sociaaleconomische kenmerken en de ligging van intercity stations. Dit model houdt rekening met de grootte van de stad waarin het station ligt (tripgeneratie) en de ligging van de stad ten opzichte van andere steden (tripdistributie). Met het vervoermodel kan niet alleen het aantal in en uitstappers per intercity station, maar in principe ook het aantal reizigers per lijn worden geschat. In het model worden verschillen tussen bevolkingsgroepen niet expliciet meegenomen, maar resultaten worden wel gecorrigeerd voor het percentage studenten (op de totale bevolking) in een stad. Het vervoerwaardemodel dat in deze studie is ontwikkeld blijkt het aantal in/uitstappers op IC stations relatief goed te kunnen voorspellen. Met behulp van meervoudige regressiemodellen zijn vervolgens verbanden gezocht tussen tevredenheidscijfers van stationskenmerken enerzijds en de (relatieve) verschillen tussen de modelschatting en daadwerkelijk treingebruik anderzijds. Uit de regressieanalyse blijkt dat 'beschutting tegen wind, regen en kou', 'capaciteit van de parkeervoorzieningen' en 'informatie over vertragingen en spoorwijzigingen' een rol spelen bij de verklaring van het treingebruik. We vinden echter net als in de literatuur geen significante effecten van de kwaliteit van fietsvoorzieningen op treingebruik. Een verbetering van de tevredenheid op de stationskenmerken 'beschutting', 'capaciteit P+R' en 'informatie over vertragingen' zou voor een station dat daar negatief op scoort een positief effect kunnen hebben op het aantal in-/uitstappers. Hoe een verbetering van de klanttevredenheid in de praktijk kan worden gerealiseerd door wijzigingen in de fysieke kenmerken van stations- en parkeervoorzieningen verdient nader onderzoek.",
author = "Tom Thomas and Nina Zaalberg and Geurs, {Karst Teunis}",
year = "2010",
month = "11",
day = "25",
language = "Dutch",
booktitle = "Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010",
publisher = "Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS)",

}

Thomas, T, Zaalberg, N & Geurs, KT 2010, De invloed van stationskenmerken op de vervoerwaarde van intercity stations. in Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010. Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS), Rotterdam, Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010, Roermond, Netherlands, 25/10/10.

De invloed van stationskenmerken op de vervoerwaarde van intercity stations. / Thomas, Tom; Zaalberg, Nina; Geurs, Karst Teunis.

Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010. Rotterdam : Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS), 2010.

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingConference contributionAcademic

TY - GEN

T1 - De invloed van stationskenmerken op de vervoerwaarde van intercity stations

AU - Thomas, Tom

AU - Zaalberg, Nina

AU - Geurs, Karst Teunis

PY - 2010/11/25

Y1 - 2010/11/25

N2 - Het stimuleren van treingebruik staat al jaren hoog op de politieke agenda. Zo wilde het kabinet Balkenende IV het treingebruik tot 2012 met 5% per jaar laten groeien, onder meer door realisatie van het Actieplan Groei op het Spoor. Daarvoor worden diverse maatregelen genomen, zoals de aanleg of verbetering van spoorinfrastructuur en het invoeren van metroachtige dienstregelingen. Minder spectaculair zijn verbeteringen aan stations en de stationssomgeving. In dit artikel laten we echter zien dat zulke verbeteringen tot een toename in het aantal treinreizigers op intercity stations kunnen leiden. In deze studie is een vervoerwaardemodel geschat op basis van sociaaleconomische kenmerken en de ligging van intercity stations. Dit model houdt rekening met de grootte van de stad waarin het station ligt (tripgeneratie) en de ligging van de stad ten opzichte van andere steden (tripdistributie). Met het vervoermodel kan niet alleen het aantal in en uitstappers per intercity station, maar in principe ook het aantal reizigers per lijn worden geschat. In het model worden verschillen tussen bevolkingsgroepen niet expliciet meegenomen, maar resultaten worden wel gecorrigeerd voor het percentage studenten (op de totale bevolking) in een stad. Het vervoerwaardemodel dat in deze studie is ontwikkeld blijkt het aantal in/uitstappers op IC stations relatief goed te kunnen voorspellen. Met behulp van meervoudige regressiemodellen zijn vervolgens verbanden gezocht tussen tevredenheidscijfers van stationskenmerken enerzijds en de (relatieve) verschillen tussen de modelschatting en daadwerkelijk treingebruik anderzijds. Uit de regressieanalyse blijkt dat 'beschutting tegen wind, regen en kou', 'capaciteit van de parkeervoorzieningen' en 'informatie over vertragingen en spoorwijzigingen' een rol spelen bij de verklaring van het treingebruik. We vinden echter net als in de literatuur geen significante effecten van de kwaliteit van fietsvoorzieningen op treingebruik. Een verbetering van de tevredenheid op de stationskenmerken 'beschutting', 'capaciteit P+R' en 'informatie over vertragingen' zou voor een station dat daar negatief op scoort een positief effect kunnen hebben op het aantal in-/uitstappers. Hoe een verbetering van de klanttevredenheid in de praktijk kan worden gerealiseerd door wijzigingen in de fysieke kenmerken van stations- en parkeervoorzieningen verdient nader onderzoek.

AB - Het stimuleren van treingebruik staat al jaren hoog op de politieke agenda. Zo wilde het kabinet Balkenende IV het treingebruik tot 2012 met 5% per jaar laten groeien, onder meer door realisatie van het Actieplan Groei op het Spoor. Daarvoor worden diverse maatregelen genomen, zoals de aanleg of verbetering van spoorinfrastructuur en het invoeren van metroachtige dienstregelingen. Minder spectaculair zijn verbeteringen aan stations en de stationssomgeving. In dit artikel laten we echter zien dat zulke verbeteringen tot een toename in het aantal treinreizigers op intercity stations kunnen leiden. In deze studie is een vervoerwaardemodel geschat op basis van sociaaleconomische kenmerken en de ligging van intercity stations. Dit model houdt rekening met de grootte van de stad waarin het station ligt (tripgeneratie) en de ligging van de stad ten opzichte van andere steden (tripdistributie). Met het vervoermodel kan niet alleen het aantal in en uitstappers per intercity station, maar in principe ook het aantal reizigers per lijn worden geschat. In het model worden verschillen tussen bevolkingsgroepen niet expliciet meegenomen, maar resultaten worden wel gecorrigeerd voor het percentage studenten (op de totale bevolking) in een stad. Het vervoerwaardemodel dat in deze studie is ontwikkeld blijkt het aantal in/uitstappers op IC stations relatief goed te kunnen voorspellen. Met behulp van meervoudige regressiemodellen zijn vervolgens verbanden gezocht tussen tevredenheidscijfers van stationskenmerken enerzijds en de (relatieve) verschillen tussen de modelschatting en daadwerkelijk treingebruik anderzijds. Uit de regressieanalyse blijkt dat 'beschutting tegen wind, regen en kou', 'capaciteit van de parkeervoorzieningen' en 'informatie over vertragingen en spoorwijzigingen' een rol spelen bij de verklaring van het treingebruik. We vinden echter net als in de literatuur geen significante effecten van de kwaliteit van fietsvoorzieningen op treingebruik. Een verbetering van de tevredenheid op de stationskenmerken 'beschutting', 'capaciteit P+R' en 'informatie over vertragingen' zou voor een station dat daar negatief op scoort een positief effect kunnen hebben op het aantal in-/uitstappers. Hoe een verbetering van de klanttevredenheid in de praktijk kan worden gerealiseerd door wijzigingen in de fysieke kenmerken van stations- en parkeervoorzieningen verdient nader onderzoek.

M3 - Conference contribution

BT - Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010

PB - Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS)

CY - Rotterdam

ER -

Thomas T, Zaalberg N, Geurs KT. De invloed van stationskenmerken op de vervoerwaarde van intercity stations. In Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010. Rotterdam: Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS). 2010