Door kanker uit Balans. Gezinsbegeleiding bij kanker door eerstelijnspsychologen: evaluatie van een pilot in de IKST-regio

    Research output: Book/ReportBookAcademic

    Abstract

    In een gezamenlijk project van zes eerstelijns psychologen, de Universiteit Twente en het Integraal Kankercentrum Stedendriehoek Twente is nagegaan in hoeverre patiënten met kanker en hun gezinsleden baat kunnen hebben bij een kortdurende gezinsbegeleiding door eerstelijnspsychologen. Om inzicht te krijgen in ervaringen van deelnemers werd hen op driemomenten een vragenlijst voorgelegd: vóór aanvang van de therapie, direct na afronding van therapie en een half jaar na afronding van de therapie. Zesendertig gezinnen hebben zich aangemeld, bij dertig gezinnen heeft de therapie daadwerkelijk plaatsgevonden. De groep die zich aanmeldde voor het project bleek zeer heterogeen qua diagnose, prognose en ziekteduur. In de meeste gevallen was de vrouw patiënt en was de diagnose `kanker¿ meer dan een jaar geleden gesteld. Relatief vaak was er sprake van een ongunstige prognose: twee patiënten stierven al vóór de therapie van start kon gaan en gedurende het onderzoekstraject zijn nog eens 6 patiënten (20%) overleden. Ook de gezinssamenstelling varieerde sterk: in ongeveer eenderde van de gevallen betrof het gezinnen met kinderen. De respons op de eerste vragenlijst was 100%, maar nam gedurende het traject af. Uiteindelijk heeft 53% van de gezinnen alle drie de metingen ingevuld; 73% vulde minimaal één nameting in. De resultaten laten zien dat de meeste respondenten (zeer) positief zijn over de begeleiding. Men was in het algemeen tevreden over het aantal sessies en de duur van elke sessie. De meeste mensen vonden dat het goed `klikte¿ met de psycholoog en ook het werken volgens de systeembenadering werd door veel respondenten als waardevol beschouwd. Een klein aantal deelnemers is teleurgesteld. Als redenen geven zij (1) het klikte niet met de psycholoog, (2) er werd teveel over andere dingen (het gezin/ het verleden) gepraat en te weinig over (het omgaan met) de kanker; of (3) de psycholoog had te weinig ervaring met het werken met kankerpatiënten. Ook gebrek aan `resultaat¿ is soms een reden voor teleurstelling. Naar eigen zeggen is de therapie voor de meeste deelnemers effectief geweest: bijna driekwart van de deelnemers vond deelname zinvol en ruim de helft vond dat de therapie datgene of zelfs méér heeft opgeleverd dan vooraf verwacht. Dit positieve oordeel bleek constant over de twee nametingen. Als belangrijke effecten van de therapie werden onder andere gemeld: meer begrip voor elkaar hebben, beter luisteren naar elkaar, beter kunnen omgaan met angst en woede, de ziekte accepteren, meer vertrouwen hebben in de toekomst en het kunnen stellen van grenzen. Ook op `kwaliteit van leven¿ (gemeten met de RAND-36) werden op een aantal dimensies significante verbeteringen geconstateerd (o.a. op de dimensies `vitaliteit¿ en `rolbeperking als gevolg van een emotioneel probleem¿). Wat betreft medisch consumptie werd op langere termijn een significante afname in ziekteverzuim geconstateerd en een bijna significante afname in het gebruik van kalmerende middelen. Gezien de omvang van het onderzoek, de niet-experimentele onderzoeksopzet en de uitval moeten de bovenstaande bevindingen echter met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd.Ondanks de beperkingen die aan dit onderzoek kleven kan uit de antwoorden van de respondenten worden geconcludeerd dat het pilot-project succesvol is geweest: het project lijkt te voorzien in een vraag en de deelnemers zijn veelal tevreden over het verloop en effect van de therapie. Het verdient dan ook aanbeveling dat gezinstherapie bij kanker op grotere schaal wordt geïmplementeerd en geëvalueerd.
    Original languageUndefined
    Place of PublicationEnschede
    PublisherIntegraal Kankercentrum Stedendriehoek Twente
    Number of pages72
    Publication statusPublished - 2001

    Keywords

    • METIS-201353

    Cite this