Elk vervoermiddel heeft zijn voordeel. En zijn nadeel. Over attitudes en voorkeuren ten aanzien van de auto, OV en fiets

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingConference contributionAcademic

128 Downloads (Pure)

Abstract

De mobiliteitskeuzes die reizigers maken worden mede bepaald en beïnvloed door attitudes en voorkeuren van mensen. De meeste onderzoeken naar attitudes en voorkeuren zijn gebaseerd op (eenmalige) cross-sectie onderzoeken. Daarmee is het niet mogelijk de dynamiek in attitudes en voorkeuren en de invloed van deze veranderingen op het mobiliteitsgedrag te onderzoeken. Het Mobiliteitspanel Nederland (MPN) biedt deze mogelijkheid wel. Elke twee jaar worden dezelfde aanvullende vragen over attitudes en voorkeuren aan de panelleden gesteld. Daarmee worden niet alleen de veranderingen in attitudes en voorkeuren inzichtelijk, maar omdat alle panelleden ook elk jaar een verplaatsingsdagboek bijhouden, kan ook de koppeling met het werkelijke mobiliteitsgedrag worden gemaakt. Op basis van data uit het MPN zijn eerste analyses gedaan naar attitudes en voorkeuren ten aanzien van auto, OV en fiets. We hebben gekeken hoe Nederlanders denken over de auto, OV en fiets, hoe ze het reizen met deze vervoermiddelen ervaren en hoe belangrijk zij bepaalde kwaliteitsaspecten vinden. Een analyse van verschillen in voorkeuren voor de auto, OV en fiets laat ons een eerste glimp zien van een mogelijke dynamiek hierin. Algemeen kan gesteld worden dat iemand die wekelijks gebruik maakt van de auto, OV of fiets, vaker een positieve indruk heeft van het gebruikte vervoermiddel dan minder frequente reizigers. Deze samenhang tussen gebruik en waardering is overeenkomstig eerder onderzoek waar bijvoorbeeld werd geconstateerd dat veelgebruikers positievere emoties ervaren dan minder frequente of niet-gebruikers. Differentiatie naar sociale en ruimtelijke achtergrondkenmerken levert voor de auto en fiets weinig significante verschillen in oordeel op. Het OV wordt vaker positief beoordeeld door vrouwen, door jongeren en ouderen en in stedelijke gebieden. De verschillen in oordeel hangen deels samen met de frequentie van gebruik. De resultaten laten verder zien dat de verdeling van voorkeuren voor auto, OV en fiets tussen 2013 en 2014 vrijwel gelijk is gebleven. Op individueel niveau treden er echter wel veranderingen op. Ongeveer 25% van de panelleden heeft een andere voorkeur in het woon-werkverkeer en circa 40% heeft een andere voorkeur voor de motieven winkelen en op visite gaan. De grootste verschuiving in voorkeuren vindt plaats tussen de auto en fiets (in beide richtingen). Vooral het starten of stoppen met werken blijken aanleiding voor wijzigen van voorkeuren voor woon-werverplaatsingen. Ook een andere samenstelling van het huishouden, een andere baan of een wijziging van het vaste werkadres kunnen aanleiding zijn voor het veranderen van de voorkeuren in het woon-werkverkeer. Hoewel we pas in 2016 uitgebreide analyses naar dynamiek in attitudes en voorkeuren kunnen uitvoeren, geven de resultaten uit deze paper een eerste inzicht in de relaties tussen attitudes en voorkeuren en mobiliteitsgedrag. In vervolganalyses zullen deze relaties, en vooral de dynamiek hierin, verder worden onderzocht, zodat we nog beter leren begrijpen waarom bepaalde mobiliteitskeuzes worden gemaakt.
Original languageDutch
Title of host publicationProceedings Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS), 19 en 20 november 2015, Antwerpen
Place of PublicationAntwerpen, België
PublisherC.V.S.
Pages1-15
Publication statusPublished - 19 Nov 2015
EventColloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2015: Buiten de lijntjes kleuren - Tijd voor een nieuwe aanpak? - Congrescentrum Elzenveld, Antwerp, Belgium
Duration: 19 Nov 201520 Nov 2015
https://www.cvs-congres.nl/cvs-vorige-jaren/cvs-2015

Publication series

Name
PublisherCVS

Conference

ConferenceColloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2015
Abbreviated titleCVS
CountryBelgium
CityAntwerp
Period19/11/1520/11/15
Internet address

Keywords

  • IR-101305
  • METIS-313676

Cite this

Olde Kalter, M-J. J. T., Harms, L., & Geurs, K. T. (2015). Elk vervoermiddel heeft zijn voordeel. En zijn nadeel. Over attitudes en voorkeuren ten aanzien van de auto, OV en fiets. In Proceedings Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS), 19 en 20 november 2015, Antwerpen (pp. 1-15). Antwerpen, België: C.V.S..
Olde Kalter, Marie-José José Theresia ; Harms, Lucas ; Geurs, Karst Teunis. / Elk vervoermiddel heeft zijn voordeel. En zijn nadeel. Over attitudes en voorkeuren ten aanzien van de auto, OV en fiets. Proceedings Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS), 19 en 20 november 2015, Antwerpen. Antwerpen, België : C.V.S., 2015. pp. 1-15
@inproceedings{9fdcf92cfe844f429b501cc5ec0722a9,
title = "Elk vervoermiddel heeft zijn voordeel. En zijn nadeel. Over attitudes en voorkeuren ten aanzien van de auto, OV en fiets",
abstract = "De mobiliteitskeuzes die reizigers maken worden mede bepaald en be{\"i}nvloed door attitudes en voorkeuren van mensen. De meeste onderzoeken naar attitudes en voorkeuren zijn gebaseerd op (eenmalige) cross-sectie onderzoeken. Daarmee is het niet mogelijk de dynamiek in attitudes en voorkeuren en de invloed van deze veranderingen op het mobiliteitsgedrag te onderzoeken. Het Mobiliteitspanel Nederland (MPN) biedt deze mogelijkheid wel. Elke twee jaar worden dezelfde aanvullende vragen over attitudes en voorkeuren aan de panelleden gesteld. Daarmee worden niet alleen de veranderingen in attitudes en voorkeuren inzichtelijk, maar omdat alle panelleden ook elk jaar een verplaatsingsdagboek bijhouden, kan ook de koppeling met het werkelijke mobiliteitsgedrag worden gemaakt. Op basis van data uit het MPN zijn eerste analyses gedaan naar attitudes en voorkeuren ten aanzien van auto, OV en fiets. We hebben gekeken hoe Nederlanders denken over de auto, OV en fiets, hoe ze het reizen met deze vervoermiddelen ervaren en hoe belangrijk zij bepaalde kwaliteitsaspecten vinden. Een analyse van verschillen in voorkeuren voor de auto, OV en fiets laat ons een eerste glimp zien van een mogelijke dynamiek hierin. Algemeen kan gesteld worden dat iemand die wekelijks gebruik maakt van de auto, OV of fiets, vaker een positieve indruk heeft van het gebruikte vervoermiddel dan minder frequente reizigers. Deze samenhang tussen gebruik en waardering is overeenkomstig eerder onderzoek waar bijvoorbeeld werd geconstateerd dat veelgebruikers positievere emoties ervaren dan minder frequente of niet-gebruikers. Differentiatie naar sociale en ruimtelijke achtergrondkenmerken levert voor de auto en fiets weinig significante verschillen in oordeel op. Het OV wordt vaker positief beoordeeld door vrouwen, door jongeren en ouderen en in stedelijke gebieden. De verschillen in oordeel hangen deels samen met de frequentie van gebruik. De resultaten laten verder zien dat de verdeling van voorkeuren voor auto, OV en fiets tussen 2013 en 2014 vrijwel gelijk is gebleven. Op individueel niveau treden er echter wel veranderingen op. Ongeveer 25{\%} van de panelleden heeft een andere voorkeur in het woon-werkverkeer en circa 40{\%} heeft een andere voorkeur voor de motieven winkelen en op visite gaan. De grootste verschuiving in voorkeuren vindt plaats tussen de auto en fiets (in beide richtingen). Vooral het starten of stoppen met werken blijken aanleiding voor wijzigen van voorkeuren voor woon-werverplaatsingen. Ook een andere samenstelling van het huishouden, een andere baan of een wijziging van het vaste werkadres kunnen aanleiding zijn voor het veranderen van de voorkeuren in het woon-werkverkeer. Hoewel we pas in 2016 uitgebreide analyses naar dynamiek in attitudes en voorkeuren kunnen uitvoeren, geven de resultaten uit deze paper een eerste inzicht in de relaties tussen attitudes en voorkeuren en mobiliteitsgedrag. In vervolganalyses zullen deze relaties, en vooral de dynamiek hierin, verder worden onderzocht, zodat we nog beter leren begrijpen waarom bepaalde mobiliteitskeuzes worden gemaakt.",
keywords = "IR-101305, METIS-313676",
author = "{Olde Kalter}, {Marie-Jos{\'e} Jos{\'e} Theresia} and Lucas Harms and Geurs, {Karst Teunis}",
year = "2015",
month = "11",
day = "19",
language = "Dutch",
publisher = "C.V.S.",
pages = "1--15",
booktitle = "Proceedings Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS), 19 en 20 november 2015, Antwerpen",

}

Olde Kalter, M-JJT, Harms, L & Geurs, KT 2015, Elk vervoermiddel heeft zijn voordeel. En zijn nadeel. Over attitudes en voorkeuren ten aanzien van de auto, OV en fiets. in Proceedings Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS), 19 en 20 november 2015, Antwerpen. C.V.S., Antwerpen, België, pp. 1-15, Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2015, Antwerp, Belgium, 19/11/15.

Elk vervoermiddel heeft zijn voordeel. En zijn nadeel. Over attitudes en voorkeuren ten aanzien van de auto, OV en fiets. / Olde Kalter, Marie-José José Theresia; Harms, Lucas; Geurs, Karst Teunis.

Proceedings Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS), 19 en 20 november 2015, Antwerpen. Antwerpen, België : C.V.S., 2015. p. 1-15.

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingConference contributionAcademic

TY - GEN

T1 - Elk vervoermiddel heeft zijn voordeel. En zijn nadeel. Over attitudes en voorkeuren ten aanzien van de auto, OV en fiets

AU - Olde Kalter, Marie-José José Theresia

AU - Harms, Lucas

AU - Geurs, Karst Teunis

PY - 2015/11/19

Y1 - 2015/11/19

N2 - De mobiliteitskeuzes die reizigers maken worden mede bepaald en beïnvloed door attitudes en voorkeuren van mensen. De meeste onderzoeken naar attitudes en voorkeuren zijn gebaseerd op (eenmalige) cross-sectie onderzoeken. Daarmee is het niet mogelijk de dynamiek in attitudes en voorkeuren en de invloed van deze veranderingen op het mobiliteitsgedrag te onderzoeken. Het Mobiliteitspanel Nederland (MPN) biedt deze mogelijkheid wel. Elke twee jaar worden dezelfde aanvullende vragen over attitudes en voorkeuren aan de panelleden gesteld. Daarmee worden niet alleen de veranderingen in attitudes en voorkeuren inzichtelijk, maar omdat alle panelleden ook elk jaar een verplaatsingsdagboek bijhouden, kan ook de koppeling met het werkelijke mobiliteitsgedrag worden gemaakt. Op basis van data uit het MPN zijn eerste analyses gedaan naar attitudes en voorkeuren ten aanzien van auto, OV en fiets. We hebben gekeken hoe Nederlanders denken over de auto, OV en fiets, hoe ze het reizen met deze vervoermiddelen ervaren en hoe belangrijk zij bepaalde kwaliteitsaspecten vinden. Een analyse van verschillen in voorkeuren voor de auto, OV en fiets laat ons een eerste glimp zien van een mogelijke dynamiek hierin. Algemeen kan gesteld worden dat iemand die wekelijks gebruik maakt van de auto, OV of fiets, vaker een positieve indruk heeft van het gebruikte vervoermiddel dan minder frequente reizigers. Deze samenhang tussen gebruik en waardering is overeenkomstig eerder onderzoek waar bijvoorbeeld werd geconstateerd dat veelgebruikers positievere emoties ervaren dan minder frequente of niet-gebruikers. Differentiatie naar sociale en ruimtelijke achtergrondkenmerken levert voor de auto en fiets weinig significante verschillen in oordeel op. Het OV wordt vaker positief beoordeeld door vrouwen, door jongeren en ouderen en in stedelijke gebieden. De verschillen in oordeel hangen deels samen met de frequentie van gebruik. De resultaten laten verder zien dat de verdeling van voorkeuren voor auto, OV en fiets tussen 2013 en 2014 vrijwel gelijk is gebleven. Op individueel niveau treden er echter wel veranderingen op. Ongeveer 25% van de panelleden heeft een andere voorkeur in het woon-werkverkeer en circa 40% heeft een andere voorkeur voor de motieven winkelen en op visite gaan. De grootste verschuiving in voorkeuren vindt plaats tussen de auto en fiets (in beide richtingen). Vooral het starten of stoppen met werken blijken aanleiding voor wijzigen van voorkeuren voor woon-werverplaatsingen. Ook een andere samenstelling van het huishouden, een andere baan of een wijziging van het vaste werkadres kunnen aanleiding zijn voor het veranderen van de voorkeuren in het woon-werkverkeer. Hoewel we pas in 2016 uitgebreide analyses naar dynamiek in attitudes en voorkeuren kunnen uitvoeren, geven de resultaten uit deze paper een eerste inzicht in de relaties tussen attitudes en voorkeuren en mobiliteitsgedrag. In vervolganalyses zullen deze relaties, en vooral de dynamiek hierin, verder worden onderzocht, zodat we nog beter leren begrijpen waarom bepaalde mobiliteitskeuzes worden gemaakt.

AB - De mobiliteitskeuzes die reizigers maken worden mede bepaald en beïnvloed door attitudes en voorkeuren van mensen. De meeste onderzoeken naar attitudes en voorkeuren zijn gebaseerd op (eenmalige) cross-sectie onderzoeken. Daarmee is het niet mogelijk de dynamiek in attitudes en voorkeuren en de invloed van deze veranderingen op het mobiliteitsgedrag te onderzoeken. Het Mobiliteitspanel Nederland (MPN) biedt deze mogelijkheid wel. Elke twee jaar worden dezelfde aanvullende vragen over attitudes en voorkeuren aan de panelleden gesteld. Daarmee worden niet alleen de veranderingen in attitudes en voorkeuren inzichtelijk, maar omdat alle panelleden ook elk jaar een verplaatsingsdagboek bijhouden, kan ook de koppeling met het werkelijke mobiliteitsgedrag worden gemaakt. Op basis van data uit het MPN zijn eerste analyses gedaan naar attitudes en voorkeuren ten aanzien van auto, OV en fiets. We hebben gekeken hoe Nederlanders denken over de auto, OV en fiets, hoe ze het reizen met deze vervoermiddelen ervaren en hoe belangrijk zij bepaalde kwaliteitsaspecten vinden. Een analyse van verschillen in voorkeuren voor de auto, OV en fiets laat ons een eerste glimp zien van een mogelijke dynamiek hierin. Algemeen kan gesteld worden dat iemand die wekelijks gebruik maakt van de auto, OV of fiets, vaker een positieve indruk heeft van het gebruikte vervoermiddel dan minder frequente reizigers. Deze samenhang tussen gebruik en waardering is overeenkomstig eerder onderzoek waar bijvoorbeeld werd geconstateerd dat veelgebruikers positievere emoties ervaren dan minder frequente of niet-gebruikers. Differentiatie naar sociale en ruimtelijke achtergrondkenmerken levert voor de auto en fiets weinig significante verschillen in oordeel op. Het OV wordt vaker positief beoordeeld door vrouwen, door jongeren en ouderen en in stedelijke gebieden. De verschillen in oordeel hangen deels samen met de frequentie van gebruik. De resultaten laten verder zien dat de verdeling van voorkeuren voor auto, OV en fiets tussen 2013 en 2014 vrijwel gelijk is gebleven. Op individueel niveau treden er echter wel veranderingen op. Ongeveer 25% van de panelleden heeft een andere voorkeur in het woon-werkverkeer en circa 40% heeft een andere voorkeur voor de motieven winkelen en op visite gaan. De grootste verschuiving in voorkeuren vindt plaats tussen de auto en fiets (in beide richtingen). Vooral het starten of stoppen met werken blijken aanleiding voor wijzigen van voorkeuren voor woon-werverplaatsingen. Ook een andere samenstelling van het huishouden, een andere baan of een wijziging van het vaste werkadres kunnen aanleiding zijn voor het veranderen van de voorkeuren in het woon-werkverkeer. Hoewel we pas in 2016 uitgebreide analyses naar dynamiek in attitudes en voorkeuren kunnen uitvoeren, geven de resultaten uit deze paper een eerste inzicht in de relaties tussen attitudes en voorkeuren en mobiliteitsgedrag. In vervolganalyses zullen deze relaties, en vooral de dynamiek hierin, verder worden onderzocht, zodat we nog beter leren begrijpen waarom bepaalde mobiliteitskeuzes worden gemaakt.

KW - IR-101305

KW - METIS-313676

M3 - Conference contribution

SP - 1

EP - 15

BT - Proceedings Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS), 19 en 20 november 2015, Antwerpen

PB - C.V.S.

CY - Antwerpen, België

ER -

Olde Kalter M-JJT, Harms L, Geurs KT. Elk vervoermiddel heeft zijn voordeel. En zijn nadeel. Over attitudes en voorkeuren ten aanzien van de auto, OV en fiets. In Proceedings Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS), 19 en 20 november 2015, Antwerpen. Antwerpen, België: C.V.S. 2015. p. 1-15