Het Europese parlement en het gemeenschappelijke buitenlands en veiligheidsbeleid

Research output: Contribution to journalArticleAcademic

16 Downloads (Pure)

Abstract

De achtergrond bij de instelling van het Europees Parlement in het EG-verdrag uit 1957 was een democratische controle op het beleid te realiseren dat door een overdracht van bevoegdheden of een creatie van nieuwe bevoegdheden niet meer in handen van nationale regeringen ligt, waardoor nationale parlementaire controle ontoereikend is. Vanwege het (gedeeltelijk vermeende) intergouvernementele karakter van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) bij de opneming ervan in het Verdrag betreffende de Europese Unie in 1992, zijn aan het Europees Parlement weinig controlerende bevoegdheden ten aanzien van het GBVB toegekend. Vanaf het begin is echter miskend dat de plaats van het GBVB in een Europese Unie, waarbinnen tevens samengewerkt wordt op basis van het Gemeenschapsrecht, het karakter van de buitenlandspolitieke samenwerking beïnvloed heeft. In deze bijdrage staat de rol van het Europees Parlement (EP) centraal in de controle op het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie. Deze rol is afhankelijk van twee, op het eerste gezicht, tegenstrijdige ontwikkelingen binnen de Unie. Ten eerste is er de ontwikkeling richting een verdere ‘communautarisering’ van het GBVB, die met name bepaald wordt door het feit dat zowel het GBVB als de EG onderdeel zijn van de Unie-rechtsorde. Daartegenover lijkt een toenemend ‘intergouvernementalisme’ te staan, met name door een sterker wordende Europese Raad en een neiging van lidstaten tot ‘bilateralisme’. Beide ontwikkelingen bepalen de mogelijkheden voor het Europees Parlement om invloed en controle uit te oefenen op the GBVB.
Original languageUndefined
Pages (from-to)6-11
Number of pages6
JournalAtlantisch perspektief
Volume2
Issue number2
Publication statusPublished - 2001

Keywords

  • IR-77060
  • METIS-205179

Cite this