Hoge Raad (1996) 16.089 (C95/241) (Beleidsregels, Recht in de zin van art. 99 RO, Evenredigheid, Klemmende redenen van humanitaire aard (driejarenbeleid))

Research output: Memorandum/expositionCase noteProfessional

18 Downloads (Pure)

Abstract

Het cassatiemiddel gaat kennelijk uit van de opvatting dat het driejarenbeleid kan worden aangemerkt als 'recht' in de zin van art. 99 lid 1 onder 2 RO. Deze opvatting is juist. In een antwoord op vragen heeft de Staatssecretaris van Justitie in de Tweede Kamer mededeling gedaan omtrent de inhoud van dit beleid. Aldus is sprake van een door de staatssecretaris binnen haar bestuursbevoegdheid vastgestelde en -gezien de publicatie in de kamerstukken- behoorlijk bekend gemaakte regel omtrent de uitoefening van haar beleid, welke regel weliswaar niet kan gelden als algemeen verbindend voorschrift, omdat hij niet krachtens enige wetgevende bevoegdheid is gegeven, maar haar op grond van het vertrouwensbeginsel wel bindt en naar zijn inhoud en strekking zich ertoe leent jegens de betrokkenen als een rechtsregel te worden toegepast
Original languageUndefined
File no.257
Publication statusPublished - 1996

Publication series

Name
PublisherSdu
No.257
Volume1996
ISSN (Print)1380-7056

Bibliographical note

Beleidsregels, Recht in de zin van art. 99 RO, Evenredigheid, Klemmende redenen van humanitaire aard (driejarenbeleid)

Keywords

  • IR-95471

Cite this

@misc{80ff07ade71e4f36a2824209146cdd03,
title = "Hoge Raad (1996) 16.089 (C95/241) (Beleidsregels, Recht in de zin van art. 99 RO, Evenredigheid, Klemmende redenen van humanitaire aard (driejarenbeleid))",
abstract = "Het cassatiemiddel gaat kennelijk uit van de opvatting dat het driejarenbeleid kan worden aangemerkt als 'recht' in de zin van art. 99 lid 1 onder 2 RO. Deze opvatting is juist. In een antwoord op vragen heeft de Staatssecretaris van Justitie in de Tweede Kamer mededeling gedaan omtrent de inhoud van dit beleid. Aldus is sprake van een door de staatssecretaris binnen haar bestuursbevoegdheid vastgestelde en -gezien de publicatie in de kamerstukken- behoorlijk bekend gemaakte regel omtrent de uitoefening van haar beleid, welke regel weliswaar niet kan gelden als algemeen verbindend voorschrift, omdat hij niet krachtens enige wetgevende bevoegdheid is gegeven, maar haar op grond van het vertrouwensbeginsel wel bindt en naar zijn inhoud en strekking zich ertoe leent jegens de betrokkenen als een rechtsregel te worden toegepast",
keywords = "IR-95471",
author = "Heldeweg, {Michiel A.}",
note = "Beleidsregels, Recht in de zin van art. 99 RO, Evenredigheid, Klemmende redenen van humanitaire aard (driejarenbeleid)",
year = "1996",
language = "Undefined",
publisher = "Sdu",
number = "257",

}

TY - GEN

T1 - Hoge Raad (1996) 16.089 (C95/241) (Beleidsregels, Recht in de zin van art. 99 RO, Evenredigheid, Klemmende redenen van humanitaire aard (driejarenbeleid))

AU - Heldeweg, Michiel A.

N1 - Beleidsregels, Recht in de zin van art. 99 RO, Evenredigheid, Klemmende redenen van humanitaire aard (driejarenbeleid)

PY - 1996

Y1 - 1996

N2 - Het cassatiemiddel gaat kennelijk uit van de opvatting dat het driejarenbeleid kan worden aangemerkt als 'recht' in de zin van art. 99 lid 1 onder 2 RO. Deze opvatting is juist. In een antwoord op vragen heeft de Staatssecretaris van Justitie in de Tweede Kamer mededeling gedaan omtrent de inhoud van dit beleid. Aldus is sprake van een door de staatssecretaris binnen haar bestuursbevoegdheid vastgestelde en -gezien de publicatie in de kamerstukken- behoorlijk bekend gemaakte regel omtrent de uitoefening van haar beleid, welke regel weliswaar niet kan gelden als algemeen verbindend voorschrift, omdat hij niet krachtens enige wetgevende bevoegdheid is gegeven, maar haar op grond van het vertrouwensbeginsel wel bindt en naar zijn inhoud en strekking zich ertoe leent jegens de betrokkenen als een rechtsregel te worden toegepast

AB - Het cassatiemiddel gaat kennelijk uit van de opvatting dat het driejarenbeleid kan worden aangemerkt als 'recht' in de zin van art. 99 lid 1 onder 2 RO. Deze opvatting is juist. In een antwoord op vragen heeft de Staatssecretaris van Justitie in de Tweede Kamer mededeling gedaan omtrent de inhoud van dit beleid. Aldus is sprake van een door de staatssecretaris binnen haar bestuursbevoegdheid vastgestelde en -gezien de publicatie in de kamerstukken- behoorlijk bekend gemaakte regel omtrent de uitoefening van haar beleid, welke regel weliswaar niet kan gelden als algemeen verbindend voorschrift, omdat hij niet krachtens enige wetgevende bevoegdheid is gegeven, maar haar op grond van het vertrouwensbeginsel wel bindt en naar zijn inhoud en strekking zich ertoe leent jegens de betrokkenen als een rechtsregel te worden toegepast

KW - IR-95471

M3 - Case note

ER -