Hoofdrekenen met papier: Hoe zit dat met leerlingen die cijferen?

F. Scheltens, M. Hickendorff, Th.J.H.M. Eggen, L.A. Hiddink

Research output: Contribution to journalArticleAcademic

Abstract

In dit artikel wordt gekeken naar de verschillen in strategiegebruik bij opgaven die bedoeld zijn om hoofdrekenvaardigheid te meten. Deze opgaven maken deel uit van het Periodiek Peilingsonderzoek van het Onderwijsniveau (PPON). Met de komst van de Centrale Eindtoets en de daarbij behorende Toetswijzercommissie is een uitspraak gedaan over hoe hoofdrekenen in die toets gemeten moet worden. Dit zal in tegenstelling tot de huidige situatie met papier zijn. Als gevolg hiervan zal de afnameconditie van hoofdrekenen in de komende peilingsonderzoeken ook gaan veranderen. Een mogelijke consequentie hiervan is de ongewenste mogelijkheid dat leerlingen bij hoofdrekenopgaven standaardalgoritmen gaan gebruiken. In dit onderzoek is gekeken naar het strategiegebruik op negentien opgaven die deel uit maken van de opgavenverzameling van PPON. Elke opgave is gemaakt door meer dan driehonderd leerlingen uit groep 8. Vervolgens is op basis van de uitwerking van de leerlingen in hun opgavenboekjes de strategie gecodeerd. De resultaten laten zien dat de verschillende strategieën - uit het hoofd, informeel schriftelijk en gestandaardiseerd schriftelijk - niet even vaak gebruikt worden bij de verschillende opgaven. De ‘uit het hoofd rekenaanpak’ wordt het meest gebruikt door de leerlingen, maar ook de gestandaardiseerde schriftelijke aanpak wordt op alle negentien opgaven toegepast. Tevens vonden we verschillen in percentage correct per strategie. Het gebruik van het standaardalgoritme is gemiddeld genomen het meest accuraat, echter er zijn verschillen tussen de accuratesse van de verschillende strategieën tussen opgaven.
Original languageDutch
Pages (from-to)128-140
Number of pages13
JournalPanama-post
Volume33
Publication statusPublished - 2015

Keywords

  • n/a OA procedure

Cite this