Post-neonatal ultrasound screening for developmental dysplasia of the hip: a study on cost-effectiveness in the Netherlands

Elisabeth Adriana Roovers

    Research output: ThesisPhD Thesis - Research UT, graduation UTAcademic

    Abstract

    Dysplastische heupontwikkeling (DHO) is een aandoening die relatief vaak voorkomt bij zuigelingen. Wanneer zij niet tijdig wordt ontdekt en behandeld, kan dat leiden tot degeneratieve gewrichtsafwijkingen en ernstige invaliditeit. Om deze reden zijn in diverse landen screeningsprogramma's voor DHO ontwikkeld. In de meeste landen richt de screening zich op de opsporing direct na de geboorte. In Nederland daarentegen wordt de screening uitgevoerd tijdens de eerste maanden van het leven. Deze screening is gebaseerd op twee pijlers: de identificatie van twee belangrijke risicofactoren (een belaste familieanamnese voor DHO in de eerste of tweede graad en stuitligging in het laatste trimester van de zwangerschap) en lichamelijk onderzoek van de heupen in de eerste levensmaanden. De screening is verankerd in het programma voor jeugdgezondheidszorg en wordt uitgevoerd op het consultatiebureau. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de validiteit van dit screeningsprogramma niet bijzonder hoog is: één op de zeven kinderen met DHO werd niet opgespoord en de voorspellende waarde van een positieve test was slechts 16%. Eerder onderzoek heeft eveneens laten zien dat toepassing van echografische methoden tot een veel beter resultaat kan leiden. Sinds 1984 wordt screening met behulp van echografisch onderzoek van de heupen dan ook krachtig aanbevolen door de Oostenrijkse orthopedisch chirurg Prof. R. Graf, die een belangrijke pionier op dit gebied mag worden genoemd. De resultaten die in andere landen inmiddels met deze methode worden bereikt, rechtvaardigen de stelling dat een echografische screening ook in ons land voordeel zou kunnen opleveren in termen van meer tijdig opgespoorde gevallen. Er zijn (sic!) echter nog een aantal belangrijke vragen te beantwoorden voordat tot invoering van een dergelijke screening kan worden besloten. Deze betreffen de meest geschikte leeftijd om de screening uit te voeren en criteria voor verwijzing en behandeling. Het is namelijk bekend dat, indien de echografische screening op zeer jonge leeftijd wordt uitgevoerd, er een risico bestaat op overdiagnose en overbehandeling. Daarnaast is behalve over de doeltreffendheid ook enige duidelijkheid gewenst omtrent de doelmatigheid, de kosteneffectiviteit van screening met behulp van echografie.
    Original languageEnglish
    Awarding Institution
    • University of Twente
    Supervisors/Advisors
    • Kerkhoff, Antoon, Supervisor
    • Zielhuis, G.A. , Supervisor
    • Boere-Boonekamp, Magda M., Supervisor
    Award date27 Feb 2004
    Place of PublicationEnschede
    Publisher
    Print ISBNs89-6464-884-0
    Publication statusPublished - 27 Feb 2004

    Fingerprint

    Ultrasound
    Screening
    The Netherlands
    Cost-effectiveness
    Leiden

    Cite this

    @phdthesis{1c49b5ee6ae74d99bc416f5dac613b4c,
    title = "Post-neonatal ultrasound screening for developmental dysplasia of the hip: a study on cost-effectiveness in the Netherlands",
    abstract = "Dysplastische heupontwikkeling (DHO) is een aandoening die relatief vaak voorkomt bij zuigelingen. Wanneer zij niet tijdig wordt ontdekt en behandeld, kan dat leiden tot degeneratieve gewrichtsafwijkingen en ernstige invaliditeit. Om deze reden zijn in diverse landen screeningsprogramma's voor DHO ontwikkeld. In de meeste landen richt de screening zich op de opsporing direct na de geboorte. In Nederland daarentegen wordt de screening uitgevoerd tijdens de eerste maanden van het leven. Deze screening is gebaseerd op twee pijlers: de identificatie van twee belangrijke risicofactoren (een belaste familieanamnese voor DHO in de eerste of tweede graad en stuitligging in het laatste trimester van de zwangerschap) en lichamelijk onderzoek van de heupen in de eerste levensmaanden. De screening is verankerd in het programma voor jeugdgezondheidszorg en wordt uitgevoerd op het consultatiebureau. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de validiteit van dit screeningsprogramma niet bijzonder hoog is: {\'e}{\'e}n op de zeven kinderen met DHO werd niet opgespoord en de voorspellende waarde van een positieve test was slechts 16{\%}. Eerder onderzoek heeft eveneens laten zien dat toepassing van echografische methoden tot een veel beter resultaat kan leiden. Sinds 1984 wordt screening met behulp van echografisch onderzoek van de heupen dan ook krachtig aanbevolen door de Oostenrijkse orthopedisch chirurg Prof. R. Graf, die een belangrijke pionier op dit gebied mag worden genoemd. De resultaten die in andere landen inmiddels met deze methode worden bereikt, rechtvaardigen de stelling dat een echografische screening ook in ons land voordeel zou kunnen opleveren in termen van meer tijdig opgespoorde gevallen. Er zijn (sic!) echter nog een aantal belangrijke vragen te beantwoorden voordat tot invoering van een dergelijke screening kan worden besloten. Deze betreffen de meest geschikte leeftijd om de screening uit te voeren en criteria voor verwijzing en behandeling. Het is namelijk bekend dat, indien de echografische screening op zeer jonge leeftijd wordt uitgevoerd, er een risico bestaat op overdiagnose en overbehandeling. Daarnaast is behalve over de doeltreffendheid ook enige duidelijkheid gewenst omtrent de doelmatigheid, de kosteneffectiviteit van screening met behulp van echografie.",
    author = "Roovers, {Elisabeth Adriana}",
    year = "2004",
    month = "2",
    day = "27",
    language = "English",
    isbn = "89-6464-884-0",
    publisher = "University of Twente",
    address = "Netherlands",
    school = "University of Twente",

    }

    Post-neonatal ultrasound screening for developmental dysplasia of the hip : a study on cost-effectiveness in the Netherlands. / Roovers, Elisabeth Adriana.

    Enschede : University of Twente, 2004. 119 p.

    Research output: ThesisPhD Thesis - Research UT, graduation UTAcademic

    TY - THES

    T1 - Post-neonatal ultrasound screening for developmental dysplasia of the hip

    T2 - a study on cost-effectiveness in the Netherlands

    AU - Roovers, Elisabeth Adriana

    PY - 2004/2/27

    Y1 - 2004/2/27

    N2 - Dysplastische heupontwikkeling (DHO) is een aandoening die relatief vaak voorkomt bij zuigelingen. Wanneer zij niet tijdig wordt ontdekt en behandeld, kan dat leiden tot degeneratieve gewrichtsafwijkingen en ernstige invaliditeit. Om deze reden zijn in diverse landen screeningsprogramma's voor DHO ontwikkeld. In de meeste landen richt de screening zich op de opsporing direct na de geboorte. In Nederland daarentegen wordt de screening uitgevoerd tijdens de eerste maanden van het leven. Deze screening is gebaseerd op twee pijlers: de identificatie van twee belangrijke risicofactoren (een belaste familieanamnese voor DHO in de eerste of tweede graad en stuitligging in het laatste trimester van de zwangerschap) en lichamelijk onderzoek van de heupen in de eerste levensmaanden. De screening is verankerd in het programma voor jeugdgezondheidszorg en wordt uitgevoerd op het consultatiebureau. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de validiteit van dit screeningsprogramma niet bijzonder hoog is: één op de zeven kinderen met DHO werd niet opgespoord en de voorspellende waarde van een positieve test was slechts 16%. Eerder onderzoek heeft eveneens laten zien dat toepassing van echografische methoden tot een veel beter resultaat kan leiden. Sinds 1984 wordt screening met behulp van echografisch onderzoek van de heupen dan ook krachtig aanbevolen door de Oostenrijkse orthopedisch chirurg Prof. R. Graf, die een belangrijke pionier op dit gebied mag worden genoemd. De resultaten die in andere landen inmiddels met deze methode worden bereikt, rechtvaardigen de stelling dat een echografische screening ook in ons land voordeel zou kunnen opleveren in termen van meer tijdig opgespoorde gevallen. Er zijn (sic!) echter nog een aantal belangrijke vragen te beantwoorden voordat tot invoering van een dergelijke screening kan worden besloten. Deze betreffen de meest geschikte leeftijd om de screening uit te voeren en criteria voor verwijzing en behandeling. Het is namelijk bekend dat, indien de echografische screening op zeer jonge leeftijd wordt uitgevoerd, er een risico bestaat op overdiagnose en overbehandeling. Daarnaast is behalve over de doeltreffendheid ook enige duidelijkheid gewenst omtrent de doelmatigheid, de kosteneffectiviteit van screening met behulp van echografie.

    AB - Dysplastische heupontwikkeling (DHO) is een aandoening die relatief vaak voorkomt bij zuigelingen. Wanneer zij niet tijdig wordt ontdekt en behandeld, kan dat leiden tot degeneratieve gewrichtsafwijkingen en ernstige invaliditeit. Om deze reden zijn in diverse landen screeningsprogramma's voor DHO ontwikkeld. In de meeste landen richt de screening zich op de opsporing direct na de geboorte. In Nederland daarentegen wordt de screening uitgevoerd tijdens de eerste maanden van het leven. Deze screening is gebaseerd op twee pijlers: de identificatie van twee belangrijke risicofactoren (een belaste familieanamnese voor DHO in de eerste of tweede graad en stuitligging in het laatste trimester van de zwangerschap) en lichamelijk onderzoek van de heupen in de eerste levensmaanden. De screening is verankerd in het programma voor jeugdgezondheidszorg en wordt uitgevoerd op het consultatiebureau. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de validiteit van dit screeningsprogramma niet bijzonder hoog is: één op de zeven kinderen met DHO werd niet opgespoord en de voorspellende waarde van een positieve test was slechts 16%. Eerder onderzoek heeft eveneens laten zien dat toepassing van echografische methoden tot een veel beter resultaat kan leiden. Sinds 1984 wordt screening met behulp van echografisch onderzoek van de heupen dan ook krachtig aanbevolen door de Oostenrijkse orthopedisch chirurg Prof. R. Graf, die een belangrijke pionier op dit gebied mag worden genoemd. De resultaten die in andere landen inmiddels met deze methode worden bereikt, rechtvaardigen de stelling dat een echografische screening ook in ons land voordeel zou kunnen opleveren in termen van meer tijdig opgespoorde gevallen. Er zijn (sic!) echter nog een aantal belangrijke vragen te beantwoorden voordat tot invoering van een dergelijke screening kan worden besloten. Deze betreffen de meest geschikte leeftijd om de screening uit te voeren en criteria voor verwijzing en behandeling. Het is namelijk bekend dat, indien de echografische screening op zeer jonge leeftijd wordt uitgevoerd, er een risico bestaat op overdiagnose en overbehandeling. Daarnaast is behalve over de doeltreffendheid ook enige duidelijkheid gewenst omtrent de doelmatigheid, de kosteneffectiviteit van screening met behulp van echografie.

    M3 - PhD Thesis - Research UT, graduation UT

    SN - 89-6464-884-0

    PB - University of Twente

    CY - Enschede

    ER -