President rechtbank Utrecht (1994) AWB 94/685 (Voorlopige voorziening, Aanzegging bestuursdwang, Zorgvuldigheid; hoorplicht; spoedeisendheid, Bezwaarschriftenprocedure, Evenredigheid, Proceskostenveroordeling)

Research output: Memorandum/expositionCase noteProfessional

14 Downloads (Pure)

Abstract

Verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tot opheffing van sluiting van een horecainrichting (aanzegging bestuursdwang). Verweerder heeft verzoekers niet voorafgaand aan het bestreden besluit gehoord. Een beroep op spoedeisendheid van dit besluit faalt. De president toetst aan art. 4:8 (en 4.:11) Awb nu deze bepaling(en) uitdrukking geven aan het ook reeds voor de inwerkingtreding van de Awb geldende zorgvuldigheidsbeginsel. Herstel van het gebrek in zorgvuldigheid is weliswaar mogelijk in de bezwaarschriftenprocedure, maar hangende deze procedure kan dit gebrek toch voldoende grond zijn tot het treffen van een voorlopige voorziening tot het moment dat op bezwaar is beslist. In casu bestaat daartoe echter geen grond aangezien heropening van de inrichting onwaarschijnlijk is te achten. Gelet op procedurele gebreken bestaat er echter wel grond tot het treffen van een voorlopige voorziening inhoudende dat verzoeker zo spoedig mogelijk in de bezwaarschriftenprocedure gehoord wordt en verweerder wordt aangespoord om -zonodig- zelfstandig rechtstreeks feitenonderzoek in te stellen, waarbij verweerder tevens wordt opgedragen te onderzoeken of het met sluiting beoogde doel kan worden bereikt met (deels) andere, voor verzoeker minder ingrijpende maatregelen
Original languageUndefined
File no.115
Publication statusPublished - 1994

Publication series

Name
PublisherSdu
No.115
Volume1994
ISSN (Print)1380-7056

Bibliographical note

Voorlopige voorziening, Aanzegging bestuursdwang, Zorgvuldigheid; hoorplicht; spoedeisendheid, Bezwaarschriftenprocedure, Evenredigheid, Proceskostenveroordeling

Keywords

  • IR-95421

Cite this

@misc{fcffedca39674c41b62701aa817cf490,
title = "President rechtbank Utrecht (1994) AWB 94/685 (Voorlopige voorziening, Aanzegging bestuursdwang, Zorgvuldigheid; hoorplicht; spoedeisendheid, Bezwaarschriftenprocedure, Evenredigheid, Proceskostenveroordeling)",
abstract = "Verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tot opheffing van sluiting van een horecainrichting (aanzegging bestuursdwang). Verweerder heeft verzoekers niet voorafgaand aan het bestreden besluit gehoord. Een beroep op spoedeisendheid van dit besluit faalt. De president toetst aan art. 4:8 (en 4.:11) Awb nu deze bepaling(en) uitdrukking geven aan het ook reeds voor de inwerkingtreding van de Awb geldende zorgvuldigheidsbeginsel. Herstel van het gebrek in zorgvuldigheid is weliswaar mogelijk in de bezwaarschriftenprocedure, maar hangende deze procedure kan dit gebrek toch voldoende grond zijn tot het treffen van een voorlopige voorziening tot het moment dat op bezwaar is beslist. In casu bestaat daartoe echter geen grond aangezien heropening van de inrichting onwaarschijnlijk is te achten. Gelet op procedurele gebreken bestaat er echter wel grond tot het treffen van een voorlopige voorziening inhoudende dat verzoeker zo spoedig mogelijk in de bezwaarschriftenprocedure gehoord wordt en verweerder wordt aangespoord om -zonodig- zelfstandig rechtstreeks feitenonderzoek in te stellen, waarbij verweerder tevens wordt opgedragen te onderzoeken of het met sluiting beoogde doel kan worden bereikt met (deels) andere, voor verzoeker minder ingrijpende maatregelen",
keywords = "IR-95421",
author = "Heldeweg, {Michiel A.}",
note = "Voorlopige voorziening, Aanzegging bestuursdwang, Zorgvuldigheid; hoorplicht; spoedeisendheid, Bezwaarschriftenprocedure, Evenredigheid, Proceskostenveroordeling",
year = "1994",
language = "Undefined",
publisher = "Sdu",
number = "115",

}

TY - GEN

T1 - President rechtbank Utrecht (1994) AWB 94/685 (Voorlopige voorziening, Aanzegging bestuursdwang, Zorgvuldigheid; hoorplicht; spoedeisendheid, Bezwaarschriftenprocedure, Evenredigheid, Proceskostenveroordeling)

AU - Heldeweg, Michiel A.

N1 - Voorlopige voorziening, Aanzegging bestuursdwang, Zorgvuldigheid; hoorplicht; spoedeisendheid, Bezwaarschriftenprocedure, Evenredigheid, Proceskostenveroordeling

PY - 1994

Y1 - 1994

N2 - Verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tot opheffing van sluiting van een horecainrichting (aanzegging bestuursdwang). Verweerder heeft verzoekers niet voorafgaand aan het bestreden besluit gehoord. Een beroep op spoedeisendheid van dit besluit faalt. De president toetst aan art. 4:8 (en 4.:11) Awb nu deze bepaling(en) uitdrukking geven aan het ook reeds voor de inwerkingtreding van de Awb geldende zorgvuldigheidsbeginsel. Herstel van het gebrek in zorgvuldigheid is weliswaar mogelijk in de bezwaarschriftenprocedure, maar hangende deze procedure kan dit gebrek toch voldoende grond zijn tot het treffen van een voorlopige voorziening tot het moment dat op bezwaar is beslist. In casu bestaat daartoe echter geen grond aangezien heropening van de inrichting onwaarschijnlijk is te achten. Gelet op procedurele gebreken bestaat er echter wel grond tot het treffen van een voorlopige voorziening inhoudende dat verzoeker zo spoedig mogelijk in de bezwaarschriftenprocedure gehoord wordt en verweerder wordt aangespoord om -zonodig- zelfstandig rechtstreeks feitenonderzoek in te stellen, waarbij verweerder tevens wordt opgedragen te onderzoeken of het met sluiting beoogde doel kan worden bereikt met (deels) andere, voor verzoeker minder ingrijpende maatregelen

AB - Verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tot opheffing van sluiting van een horecainrichting (aanzegging bestuursdwang). Verweerder heeft verzoekers niet voorafgaand aan het bestreden besluit gehoord. Een beroep op spoedeisendheid van dit besluit faalt. De president toetst aan art. 4:8 (en 4.:11) Awb nu deze bepaling(en) uitdrukking geven aan het ook reeds voor de inwerkingtreding van de Awb geldende zorgvuldigheidsbeginsel. Herstel van het gebrek in zorgvuldigheid is weliswaar mogelijk in de bezwaarschriftenprocedure, maar hangende deze procedure kan dit gebrek toch voldoende grond zijn tot het treffen van een voorlopige voorziening tot het moment dat op bezwaar is beslist. In casu bestaat daartoe echter geen grond aangezien heropening van de inrichting onwaarschijnlijk is te achten. Gelet op procedurele gebreken bestaat er echter wel grond tot het treffen van een voorlopige voorziening inhoudende dat verzoeker zo spoedig mogelijk in de bezwaarschriftenprocedure gehoord wordt en verweerder wordt aangespoord om -zonodig- zelfstandig rechtstreeks feitenonderzoek in te stellen, waarbij verweerder tevens wordt opgedragen te onderzoeken of het met sluiting beoogde doel kan worden bereikt met (deels) andere, voor verzoeker minder ingrijpende maatregelen

KW - IR-95421

M3 - Case note

ER -