Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak (1998) H01.95.0715 (Intrekking, Terugvordering, Bevoegdheid, Passeren vormvoorschriften, Proceskostenveroordeling)

Research output: Memorandum/expositionCase noteProfessional

11 Downloads (Pure)

Abstract

Vast staat dat beslissingen op bezwaar door het waarnemend Hoofd van de afdeling Woningbouwsubsidiëring van het Ministerie van VROM onbevoegdelijk zijn genomen. De Afdeling houdt het ervoor dat de rechtbank op het standpunt staat dat het geconstateerde bevoegdheidsgebrek geheeld moet worden geacht op voet van art. 6:22 van de awb. Naar het oordeel van de Afdeling kan het onbevoegdelijk nemen van een besluit niet worden aangemerkt als de schending van een vormvoorschrift als bedoeld in dit artikel. De bekrachtiging achteraf van de besluiten door de Staatssecretaris van VROM kan de Afdeling niet tot een ander oordeel leiden, nu deze omstandigheid aan het feit dat de beslissingen onbevoegdelijk zijn genomen, niet afdoet. Aangevallen uitspraak vernietigd. In dit bijzondere geval acht de Afdeling het uit oogpunt van proceseconomie geraden om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb te bepalen dat de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten geheel in stand blijven.
Original languageUndefined
File no.5
Publication statusPublished - 1998

Publication series

Name
PublisherSdu
No.5
Volume1998
ISSN (Print)1380-7056

Bibliographical note

Intrekking, Terugvordering, Bevoegdheid, Passeren vormvoorschriften,
Proceskostenveroordeling

Keywords

  • IR-95475

Cite this

@misc{13c0d4fa07a44761b4f567fb47c4d800,
title = "Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak (1998) H01.95.0715 (Intrekking, Terugvordering, Bevoegdheid, Passeren vormvoorschriften, Proceskostenveroordeling)",
abstract = "Vast staat dat beslissingen op bezwaar door het waarnemend Hoofd van de afdeling Woningbouwsubsidi{\"e}ring van het Ministerie van VROM onbevoegdelijk zijn genomen. De Afdeling houdt het ervoor dat de rechtbank op het standpunt staat dat het geconstateerde bevoegdheidsgebrek geheeld moet worden geacht op voet van art. 6:22 van de awb. Naar het oordeel van de Afdeling kan het onbevoegdelijk nemen van een besluit niet worden aangemerkt als de schending van een vormvoorschrift als bedoeld in dit artikel. De bekrachtiging achteraf van de besluiten door de Staatssecretaris van VROM kan de Afdeling niet tot een ander oordeel leiden, nu deze omstandigheid aan het feit dat de beslissingen onbevoegdelijk zijn genomen, niet afdoet. Aangevallen uitspraak vernietigd. In dit bijzondere geval acht de Afdeling het uit oogpunt van proceseconomie geraden om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb te bepalen dat de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten geheel in stand blijven.",
keywords = "IR-95475",
author = "Heldeweg, {Michiel A.}",
note = "Intrekking, Terugvordering, Bevoegdheid, Passeren vormvoorschriften, Proceskostenveroordeling",
year = "1998",
language = "Undefined",
publisher = "Sdu",
number = "5",

}

TY - GEN

T1 - Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak (1998) H01.95.0715 (Intrekking, Terugvordering, Bevoegdheid, Passeren vormvoorschriften, Proceskostenveroordeling)

AU - Heldeweg, Michiel A.

N1 - Intrekking, Terugvordering, Bevoegdheid, Passeren vormvoorschriften, Proceskostenveroordeling

PY - 1998

Y1 - 1998

N2 - Vast staat dat beslissingen op bezwaar door het waarnemend Hoofd van de afdeling Woningbouwsubsidiëring van het Ministerie van VROM onbevoegdelijk zijn genomen. De Afdeling houdt het ervoor dat de rechtbank op het standpunt staat dat het geconstateerde bevoegdheidsgebrek geheeld moet worden geacht op voet van art. 6:22 van de awb. Naar het oordeel van de Afdeling kan het onbevoegdelijk nemen van een besluit niet worden aangemerkt als de schending van een vormvoorschrift als bedoeld in dit artikel. De bekrachtiging achteraf van de besluiten door de Staatssecretaris van VROM kan de Afdeling niet tot een ander oordeel leiden, nu deze omstandigheid aan het feit dat de beslissingen onbevoegdelijk zijn genomen, niet afdoet. Aangevallen uitspraak vernietigd. In dit bijzondere geval acht de Afdeling het uit oogpunt van proceseconomie geraden om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb te bepalen dat de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten geheel in stand blijven.

AB - Vast staat dat beslissingen op bezwaar door het waarnemend Hoofd van de afdeling Woningbouwsubsidiëring van het Ministerie van VROM onbevoegdelijk zijn genomen. De Afdeling houdt het ervoor dat de rechtbank op het standpunt staat dat het geconstateerde bevoegdheidsgebrek geheeld moet worden geacht op voet van art. 6:22 van de awb. Naar het oordeel van de Afdeling kan het onbevoegdelijk nemen van een besluit niet worden aangemerkt als de schending van een vormvoorschrift als bedoeld in dit artikel. De bekrachtiging achteraf van de besluiten door de Staatssecretaris van VROM kan de Afdeling niet tot een ander oordeel leiden, nu deze omstandigheid aan het feit dat de beslissingen onbevoegdelijk zijn genomen, niet afdoet. Aangevallen uitspraak vernietigd. In dit bijzondere geval acht de Afdeling het uit oogpunt van proceseconomie geraden om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb te bepalen dat de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten geheel in stand blijven.

KW - IR-95475

M3 - Case note

ER -