Rijdt u graag in een grotere auto dan uw buurman? Positionaliteit in autokeuzegedrag

Anco Hoen, Karst Geurs

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingConference contributionAcademic

84 Downloads (Pure)

Abstract

Dit paper geeft de resultaten van een Stated Choice experiment dat erop gericht is positionaliteit in autokeuzegedrag in Nederland aan te tonen. Voor zover bekend is het de eerste keer dat een dergelijk keuze-experiment is gebruikt om de betalingsbereidheid voor een aantal autokenmerken te bepalen in situaties waar de relatieve positie ten opzichte van anderen varieert. Het onderzoeken van positionaliteit in autokenmerken is relevant voor milieubeleid. De aanschaf van positionele goederen leidt volgens de theorie van relatieve consumptie tot externe kosten die kunnen worden beperkt door middel van correctieve belastingen. Indien deze belastingen worden gekoppeld aan de CO2-uitstoot van personenauto’s kunnen in theorie de (welvaarts)kosten van het beïnvloeden van autokeuzegedrag ten behoeve van het milieu worden beperkt. De kosten van zogenaamd ‘downsizen’ zouden dan beperkter zijn dan op grond van de neoklassieke welvaartstheorie vaak wordt aangenomen. Uit de keuze-experimenten blijkt dat auto’s en een aantal autokenmerken (grootteklasse, motorinhoud en uitvoering) positioneel zijn. Dit impliceert dat de huidige progressieve autobelastingen, waarin zwaardere en onzuiniger auto’s zwaarder worden belast, vanuit positionaliteit bezien, legitiem zijn. Correctieve belastingen op auto’s die de trend naar de verkoop van steeds zwaardere auto’s met steeds krachtigere motoren tegenwerkt leiden tot een hogere maatschappelijk welvaart dan zonder die autobelastingen het geval zou zijn. Tevens blijkt uit de studie dat autokopers een sterke vooraf bepaalde voorkeur hebben voor auto’s (en de bijbehorende autokenmerken) die sterk lijken op hun huidige auto. Dit kan voortkomen uit een rationele voorkeur voor de status quo, maar waarschijnlijker is het dat de autokeuze sterk wordt bepaald door subtielere verschillen in autokenmerken (zoals motorvermogen, grootteklasse) dan waar de respondenten in de keuzeexperimenten mee zijn geconfronteerd. Dit kan betekenen dat er hoge welvaartskosten gekoppeld zijn aan milieubeleid dat autokopers abrupt dwingt tot het kopen van een sterk afwijkende auto dan die van hun voorkeur. Milieubeleid gericht op de vermindering van CO2-uitstoot door personenauto’s zal daarom meer kans van slagen hebben als het gedwongen schoksgewijze veranderingen in autokeuze weet te voorkomen.
Original languageDutch
Title of host publicationColloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010
Place of PublicationRotterdam
PublisherColloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS)
Number of pages16
Publication statusPublished - 25 Nov 2010
EventColloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010: De stad van straks: Decor voor beweging - Roermond, Netherlands
Duration: 25 Oct 201026 Oct 2010
https://www.cvs-congres.nl/cvs-vorige-jaren/cvs-2010

Conference

ConferenceColloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010
CountryNetherlands
CityRoermond
Period25/10/1026/10/10
Internet address

Cite this

Hoen, A., & Geurs, K. (2010). Rijdt u graag in een grotere auto dan uw buurman? Positionaliteit in autokeuzegedrag. In Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010 Rotterdam: Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS).
Hoen, Anco ; Geurs, Karst. / Rijdt u graag in een grotere auto dan uw buurman? Positionaliteit in autokeuzegedrag. Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010. Rotterdam : Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS), 2010.
@inproceedings{360cee9885dc409ca15c6e3602cde02c,
title = "Rijdt u graag in een grotere auto dan uw buurman?: Positionaliteit in autokeuzegedrag",
abstract = "Dit paper geeft de resultaten van een Stated Choice experiment dat erop gericht is positionaliteit in autokeuzegedrag in Nederland aan te tonen. Voor zover bekend is het de eerste keer dat een dergelijk keuze-experiment is gebruikt om de betalingsbereidheid voor een aantal autokenmerken te bepalen in situaties waar de relatieve positie ten opzichte van anderen varieert. Het onderzoeken van positionaliteit in autokenmerken is relevant voor milieubeleid. De aanschaf van positionele goederen leidt volgens de theorie van relatieve consumptie tot externe kosten die kunnen worden beperkt door middel van correctieve belastingen. Indien deze belastingen worden gekoppeld aan de CO2-uitstoot van personenauto’s kunnen in theorie de (welvaarts)kosten van het be{\"i}nvloeden van autokeuzegedrag ten behoeve van het milieu worden beperkt. De kosten van zogenaamd ‘downsizen’ zouden dan beperkter zijn dan op grond van de neoklassieke welvaartstheorie vaak wordt aangenomen. Uit de keuze-experimenten blijkt dat auto’s en een aantal autokenmerken (grootteklasse, motorinhoud en uitvoering) positioneel zijn. Dit impliceert dat de huidige progressieve autobelastingen, waarin zwaardere en onzuiniger auto’s zwaarder worden belast, vanuit positionaliteit bezien, legitiem zijn. Correctieve belastingen op auto’s die de trend naar de verkoop van steeds zwaardere auto’s met steeds krachtigere motoren tegenwerkt leiden tot een hogere maatschappelijk welvaart dan zonder die autobelastingen het geval zou zijn. Tevens blijkt uit de studie dat autokopers een sterke vooraf bepaalde voorkeur hebben voor auto’s (en de bijbehorende autokenmerken) die sterk lijken op hun huidige auto. Dit kan voortkomen uit een rationele voorkeur voor de status quo, maar waarschijnlijker is het dat de autokeuze sterk wordt bepaald door subtielere verschillen in autokenmerken (zoals motorvermogen, grootteklasse) dan waar de respondenten in de keuzeexperimenten mee zijn geconfronteerd. Dit kan betekenen dat er hoge welvaartskosten gekoppeld zijn aan milieubeleid dat autokopers abrupt dwingt tot het kopen van een sterk afwijkende auto dan die van hun voorkeur. Milieubeleid gericht op de vermindering van CO2-uitstoot door personenauto’s zal daarom meer kans van slagen hebben als het gedwongen schoksgewijze veranderingen in autokeuze weet te voorkomen.",
author = "Anco Hoen and Karst Geurs",
year = "2010",
month = "11",
day = "25",
language = "Dutch",
booktitle = "Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010",
publisher = "Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS)",

}

Hoen, A & Geurs, K 2010, Rijdt u graag in een grotere auto dan uw buurman? Positionaliteit in autokeuzegedrag. in Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010. Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS), Rotterdam, Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010, Roermond, Netherlands, 25/10/10.

Rijdt u graag in een grotere auto dan uw buurman? Positionaliteit in autokeuzegedrag. / Hoen, Anco; Geurs, Karst.

Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010. Rotterdam : Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS), 2010.

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingConference contributionAcademic

TY - GEN

T1 - Rijdt u graag in een grotere auto dan uw buurman?

T2 - Positionaliteit in autokeuzegedrag

AU - Hoen, Anco

AU - Geurs, Karst

PY - 2010/11/25

Y1 - 2010/11/25

N2 - Dit paper geeft de resultaten van een Stated Choice experiment dat erop gericht is positionaliteit in autokeuzegedrag in Nederland aan te tonen. Voor zover bekend is het de eerste keer dat een dergelijk keuze-experiment is gebruikt om de betalingsbereidheid voor een aantal autokenmerken te bepalen in situaties waar de relatieve positie ten opzichte van anderen varieert. Het onderzoeken van positionaliteit in autokenmerken is relevant voor milieubeleid. De aanschaf van positionele goederen leidt volgens de theorie van relatieve consumptie tot externe kosten die kunnen worden beperkt door middel van correctieve belastingen. Indien deze belastingen worden gekoppeld aan de CO2-uitstoot van personenauto’s kunnen in theorie de (welvaarts)kosten van het beïnvloeden van autokeuzegedrag ten behoeve van het milieu worden beperkt. De kosten van zogenaamd ‘downsizen’ zouden dan beperkter zijn dan op grond van de neoklassieke welvaartstheorie vaak wordt aangenomen. Uit de keuze-experimenten blijkt dat auto’s en een aantal autokenmerken (grootteklasse, motorinhoud en uitvoering) positioneel zijn. Dit impliceert dat de huidige progressieve autobelastingen, waarin zwaardere en onzuiniger auto’s zwaarder worden belast, vanuit positionaliteit bezien, legitiem zijn. Correctieve belastingen op auto’s die de trend naar de verkoop van steeds zwaardere auto’s met steeds krachtigere motoren tegenwerkt leiden tot een hogere maatschappelijk welvaart dan zonder die autobelastingen het geval zou zijn. Tevens blijkt uit de studie dat autokopers een sterke vooraf bepaalde voorkeur hebben voor auto’s (en de bijbehorende autokenmerken) die sterk lijken op hun huidige auto. Dit kan voortkomen uit een rationele voorkeur voor de status quo, maar waarschijnlijker is het dat de autokeuze sterk wordt bepaald door subtielere verschillen in autokenmerken (zoals motorvermogen, grootteklasse) dan waar de respondenten in de keuzeexperimenten mee zijn geconfronteerd. Dit kan betekenen dat er hoge welvaartskosten gekoppeld zijn aan milieubeleid dat autokopers abrupt dwingt tot het kopen van een sterk afwijkende auto dan die van hun voorkeur. Milieubeleid gericht op de vermindering van CO2-uitstoot door personenauto’s zal daarom meer kans van slagen hebben als het gedwongen schoksgewijze veranderingen in autokeuze weet te voorkomen.

AB - Dit paper geeft de resultaten van een Stated Choice experiment dat erop gericht is positionaliteit in autokeuzegedrag in Nederland aan te tonen. Voor zover bekend is het de eerste keer dat een dergelijk keuze-experiment is gebruikt om de betalingsbereidheid voor een aantal autokenmerken te bepalen in situaties waar de relatieve positie ten opzichte van anderen varieert. Het onderzoeken van positionaliteit in autokenmerken is relevant voor milieubeleid. De aanschaf van positionele goederen leidt volgens de theorie van relatieve consumptie tot externe kosten die kunnen worden beperkt door middel van correctieve belastingen. Indien deze belastingen worden gekoppeld aan de CO2-uitstoot van personenauto’s kunnen in theorie de (welvaarts)kosten van het beïnvloeden van autokeuzegedrag ten behoeve van het milieu worden beperkt. De kosten van zogenaamd ‘downsizen’ zouden dan beperkter zijn dan op grond van de neoklassieke welvaartstheorie vaak wordt aangenomen. Uit de keuze-experimenten blijkt dat auto’s en een aantal autokenmerken (grootteklasse, motorinhoud en uitvoering) positioneel zijn. Dit impliceert dat de huidige progressieve autobelastingen, waarin zwaardere en onzuiniger auto’s zwaarder worden belast, vanuit positionaliteit bezien, legitiem zijn. Correctieve belastingen op auto’s die de trend naar de verkoop van steeds zwaardere auto’s met steeds krachtigere motoren tegenwerkt leiden tot een hogere maatschappelijk welvaart dan zonder die autobelastingen het geval zou zijn. Tevens blijkt uit de studie dat autokopers een sterke vooraf bepaalde voorkeur hebben voor auto’s (en de bijbehorende autokenmerken) die sterk lijken op hun huidige auto. Dit kan voortkomen uit een rationele voorkeur voor de status quo, maar waarschijnlijker is het dat de autokeuze sterk wordt bepaald door subtielere verschillen in autokenmerken (zoals motorvermogen, grootteklasse) dan waar de respondenten in de keuzeexperimenten mee zijn geconfronteerd. Dit kan betekenen dat er hoge welvaartskosten gekoppeld zijn aan milieubeleid dat autokopers abrupt dwingt tot het kopen van een sterk afwijkende auto dan die van hun voorkeur. Milieubeleid gericht op de vermindering van CO2-uitstoot door personenauto’s zal daarom meer kans van slagen hebben als het gedwongen schoksgewijze veranderingen in autokeuze weet te voorkomen.

M3 - Conference contribution

BT - Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010

PB - Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS)

CY - Rotterdam

ER -

Hoen A, Geurs K. Rijdt u graag in een grotere auto dan uw buurman? Positionaliteit in autokeuzegedrag. In Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, CVS 2010. Rotterdam: Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS). 2010