Abstract
Ondanks het feit dat voltijdstudenten Accountancy (AC) en Bedrijfseconomie (BE) van een Nederlandse Hogeschool een gemeenschappelijke propedeuse volgen, zijn er signalen dat de uitval in de propedeuse van AC-studenten groter is dan dat van BE-studenten. In dit onderzoek is met gegevens over de laatste vier studiejaren nagegaan of een dergelijk verschil bestaat en of dat eventuele verschil te verklaren is door verschillen in instroomkenmerken tussen de studenten. Gevonden is dat AC-studenten alleen in de studiejaren 2007/2008 tot en met 2009/2010 enigszins ongunstiger bindende studieadviezen hebben gekregen dan BE-studenten. In het meeste recente studiejaar is dit verschil niet meer aantoonbaar. Het verschil ontstaat al in het eerste blok; BE-studenten hebben dan gemiddeld meer studiepunten behaald dan AC-studenten. Uit lineaire regressieanalyses blijkt dat een derde deel van het kleine verschil in bindende studieadviezen te verklaren is door verschillen in sekse, startleeftijd, etniciteit en vooropleiding tussen de studenten. Twee derde deel blijft dus onverklaard. In nader onderzoek zou het zinvol zijn om naast aan onderwijs gerelateerde factoren (studievoorlichting, beoordelingen van individuele werkstukken en opdrachten, studiebegeleiding e.d.) ook enkele aanvullende studentkenmerken zoals studiekeuzemotivatie en werkhouding mee te nemen als mogelijke verklaring.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Place of Publication | Groningen |
| Publisher | University of Groningen |
| Number of pages | 35 |
| ISBN (Print) | 978-90-6690-518-4 |
| Publication status | Published - 2013 |
| Externally published | Yes |
Keywords
- HIGHER EDUCATION
- DROP-OUT